Alle begin is makkelijk
“Als ik eindelijk tijd heb, ga ik mijn levenswerk schrijven,” zei de belastinginspecteur.
Twintig jaar later, een week na haar pensioenreceptie, zit ze eindelijk voor haar eigen beeldscherm. Het venijn zit in de woorden die maar niet willen komen. De aangiften, aanslagen en bezwaarschriften blijven maar spoken in de spelonken van haar decennialang geconditioneerde belastingbrein. Drie lange dagen gaapt het lege beeldscherm haar vanaf haar bureau mistroostig aan. Het geniepige knipperen van de cursor begint haar op haar zenuwen te werken. Ze begint al terug te verlangen naar de geborgenheid van het belastingkantoor, naar de koesterende routine van aangiften controleren, aanslagen opleggen en rechtszaken voorbereiden.
Als op dag vier tijdens een theevisite de thee hun de neus uitkomt en heeft plaatsgemaakt voor een gezond glas port, doorbreekt de vriendin uit haar lang vervlogen meisjesjaren haar impasse. “Weet je nog,” vraagt de vriendin, “dat we vroeger een dagboek bijhielden?” Dat weet ze nog maar al te goed.
Op een kwaaie dag had haar moeders nieuwgierigheid het gewonnen van haar discretie. Haar zeventienjarige gedachtewereld deed de Decamerone verbleken tot Jip en Janneke, en de revolutie van de sixties en de seventies was grotendeels aan haar moeder voorbijgegaan. De instorting nabij, had Mama de duimschroeven flink aangedraaid. Voortaan huiswerk maken in de woonkamer en zaterdagsavonds om 11 uur thuis. Werken bij de Belastingdienst was een voor de hand liggende keuze geweest. Salaris op je achttiende. Tijd om op te stappen, Mam…
Studie, huishouden en carrière maken hadden met het dagboek korte metten gemaakt. Ze zou sowieso opnieuw moeten beginnen. Haar schrift had ze niet meer uit de vuilcontainer kunnen redden.
De vriendin schrijft nog steeds. Haar dagboek is naar de computer verhuisd. Met een stevig wachtwoord. Haar man hoeft tenslotte niet alles te weten. Bij iedere leespoging krijgt ze een piepje op haar telefoon. Hij schijnt het te hebben opgegeven, de laatste tijd. De lieverd. “Gewoon beginnen,” zegt de vriendin. “Alle begin is makkelijk. Net als vroeger. Een kwartiertje is genoeg. Even de administratie doen, zeg ik dan. Of even naar mijn zus schrijven. Klopt ook, want ik draag mijn dagboek op aan mijn zus.”
Die avond is het afgelopen met haar schrijversblok. De woorden komen vanzelf. Haar dagboek is heropend. Voorlopig de dingetjes van de dag. Maar ze is nog maar net begonnen, weet ze nu. Vijftig onbeschreven jaren schreeuwen om te worden vereeuwigd. Gelukkig houdt haar man van vissen. Moet je vaker doen, schat…